17 maart 2017

Wiep en Nellie 2007

Een onvergetelijke reis door Nepal

Op 4 januari vertrokken we voor een 15-daagse reis met onze dochter Harmke vanaf Schiphol via Wenen naar Nepal. Een tocht naar het land met ‘het dak van de wereld’, de Himalaya. De aankomst om middernacht in de hoofdstad Kathmandu, na bijna 12 uren vliegen, was erg chaotisch, omdat iedere taxichauffeur je bijna in een taxi te probeert te sleuren. Elke rupee (cent) is daar van levensbelang. Kleine taxi’s, busjes, motorfietsen en veel mensen te voet is het straatbeeld. Particuliere auto’s kom je er nauwelijks tegen, veel te duur en treinen zijn in dit arme gebied ondenkbaar.

Eenmaal in een taxi begint de eerste aanval op je gezondheid. De temperatuur ligt ’s nachts rond het vriespunt en van vele auto’s ontbreken de ramen of staan ze open, een rare gewoonte. Na de eerste nacht in een hotel in je eigen slaapzak op een houten bed voelen je heupen en schouders ’s morgens pijnlijk aan. Van matrassen hebben ze nog nooit gehoord en binnen is het even koud als buiten. Het gebruik van oordopjes tijdens het slapen is geen overbodige luxe, want het geblaf van de straathonden uit alle hoeken van de stad houdt je ’s nachts wakker. Tevens komen in alle vroegte de eerste schreeuwende kooplieden de straat langs met hun afgeladen gammele fiets met nootjes, rijst en iets wat op een oliebol lijkt. Omdat er geen warm water uit de kraan stroomt en een koude douche bij deze temperaturen niet aan te bevelen is, biedt het washandje uitkomst.

Een vroege wandeling op zoek naar een theehuis voor een kop Nepalese thee (thee met geitenmelk) met iets van een broodje of rijst geeft je weer wat warmte en moed om de dag voort te zetten. Er is weinig variatie in voedsel. Het menu bestaat voornamelijk uit ’s morgens rijst, ’s middags rijst en ’s avonds rijst. Dit soms aangevuld met kleine hoeveelheid stukjes aardappel en sterk gekruide groeten.

Op straat begint een volgende aanval op je conditie. De stank in de overvolle straten van auto’s, motoren, mensen, koeien en honden is niet te harden. Velen lopen dan ook met een mondkapje of sjaal voor de mond. Ook voor ons een reden zo snel mogelijk een sjaal te kopen.

Verkeersregels bestaan hier uit het voorrang nemen door de luidst toeterende. De koe (heilig) heeft als enige altijd voorrang. Vlees wordt dan ook alleen van een kip of geit gegeten. Niet voor ons bedoeld, want dan kun je na het eten ervan, evenals het drinken uit een kraan, direct opname aanvragen in het dichtstbijzijnde hospitaal. Met hygiëne nemen ze het daar niet zo nauw. Drinken of tanden poetsen kan uitsluitend met water uit een vertrouwde fles.

Het leven daar begint bij zonsopgang en eindigt ’s avonds ongeveer negen uur als de vuurtjes doven. De mensen leven als het ware op straat. Als het rond 5 uur donker wordt stookt men vuurtjes van wat hout of van zakken vuilnis. Papier, afval, etc. vind je door de hele stad, wat hier en daar een enorme stank geeft. Het ligt er werkelijk bezaaid met afval en troep. Eet men een mandarijn of banaan, de schillen worden gewoon op straat gegooid. Eens in de zoveel tijd komt er een vrachtautootje waar men het vuil op schept. Wegens de grote armoede zoekt men op zo’n auto nog of er iets van waarde voor hen bij zit. Niet te geloven.

Omdat er alle dagen wel iets op het programma staat, zijn we altijd vroeg uit de veren. De kinderen hebben deze periode schoolvakantie en zijn daarom zelf niet in het huis aanwezig. Ze hebben in het tehuis onderdak, eten en gaan naar een school in de buurt, terwijl er na schooltijd onder begeleiding huiswerk wordt gemaakt. Een bezoek aan school, welke open was tijdens een van onze laatste dagen in Nepal, leert ons dat er een grote discipline is. Bij de opening ’s morgens staan er grote rijen op het schoolplein, gerangschikt van klein (ca. 4/5 jaar) naar groot (ca. 15 jaar). Tijdens dit indrukwekkende ritueel staat er een leraar voor, die bepaalde kreten laat horen en de kinderen weten dan precies in welke houding ze moeten staan of moeten bewegen. Voor ons lijkt het een legertje dat gymnastiek doet. Na ca. 5 minuten bewegen volgt er door de oudste leerlingen, die naar voren zijn gegaan, een luid gebed, waarna ze weer terug lopen en het bewegen wordt herhaald. Hierna lopen ze klas na klas gedisciplineerd de school binnen.
Tijdens ons bezoek worden we door het schoolhoofd uitgenodigd thee te drinken op z’n kantoor. Dit kan uiteraard niet geweigerd worden en tijdens de thee wordt uitgelegd hoe het leersysteem etc. daar werkt. In Nepal, een oude Engelse kolonie, wordt op alle scholen in het Engels les gegeven, dus gemakkelijker voor ons te communiceren dan in het Nepali. (géén woord van te volgen.)

Alle ouders van de kinderen in het tehuis worden bezocht. De aanblik bij en in de ‘woningen’ van deze kinderen thuis geeft je het gevoel dat de klok honderd jaar is teruggezet. Het is een stenen of houten huisje van ongeveer 2,5 bij 3 meter, van binnen beplakt met oude kranten, met als dak metalen of kunststof golfplaatjes waarop grote keien gelegd tegen wegwaaien. Twee bedden, een gaspitje en een paar pannen is de gehele inboedel en dat vaak voor 5 personen of meer. Water wordt meestal gehaald bij een kraan op een pleintje in de omgeving. Een kraan thuis is een uitzondering. Dus warm water, een douche, verwarming of toilet in zo’n huisje is niet aan de orde. De behoeftes worden buiten gewoon boven een gat gedaan. Hier te staan bij deze mensen raakt je des te meer, omdat je weet niet alles te kunnen doen of te geven op dat moment, terwijl wij thuis soms voor een procentje meer loon gaan staken.

Tijdens een wandeling door Kathmandu op weg naar Harmke haar gastgezin, het gezin waar ze tijdens haar vorige verblijf van 5 maanden was, staan we ineens stil voor een westers uitziend gebouw, dat een Protestants kerkje blijkt te zijn. Een keurig geverfd gebouw met puntdak, omheind door een muur en een hek, maar helaas gesloten. Een aparte verschijning in een land waar circa 90% Hindoe en circa 10 % Boeddhist is. Toch even een gevoel niet zo ver van huis te zijn. (bijna 8000 km)

Om de drukte in de hoofdstad te ontvluchten zijn we een paar dagen naar het noordelijk gelegen Pokhara gegaan. Een stadje van waaruit de meeste trekkingen (bergtochten) worden georganiseerd, een mooier en schoner stadje, dat alleen te bereiken is via de enige geasfalteerde weg door een prachtig bergachtig landschap. Deze reis met een bus over een afstand van ongeveer 250 km duurt bijna een gehele dag. Onderweg er naar toe hebben wij ook uren stilgestaan omdat een motorrijder verongelukte. Ter plaatse, op de weg, wordt dan bij de dode een ceremonie gehouden door de naaste familie, die direct wordt opgetrommeld. Voor ons een opzienbarende gewoonte. Vanuit Pokhara zie je in de verte de schitterende besneeuwde onbereikbare toppen van de Himalaya, waar je uren naar kunt staan staren, zo fascinerend en bijna onwerkelijk.

Na een bezoek, terug in de hoofdstad, aan een van de vele tempels en een Tibetaans monnikenklooster is de laatste dag in Nepal vrijgehouden voor het bijwonen van de lijkverbrandingen. Begraafplaatsen vind je er nl. niet. Als iemand is gestorven, wordt deze na een uitgebreide ceremonie met bloemen en dans op een soort brandstapel van hout en stro gelegd op een plateau langs de heilige rivier. Na een uren durende verbranding worden de smeulende resten in de rivier geschoven en is hiermee de ceremonie ten einde. In de rivier staan dan weer ouderen en kinderen de restanten, de niet geheel verbrande stukken hout, te verzamelen om dit thuis opnieuw te kunnen gebruiken. Voor ons westerlingen een ongewoon en als je het niet zelf hebt gezien, een ongelooflijk tafereel.

De vele indrukken gedurende deze reis door Nepal hebben de noodzaak nogmaals versterkt elk kind naar een school te laten gaan om na hun opleiding het land, waar sinds begin januari 2007 werkelijk vrede is gesloten tussen de rebellen, de Maoïsten en het leger van de koning, een toekomst te geven. Een toekomst voor iedereen, ook voor de zieken en gehandicapten, die nu duidelijk achtergesteld zijn. Er is namelijk geen plaats voor hen. Ze blijven nu binnen, uitzichtloos, wachtend op het einde.

Slecht 40% van de kinderen volgt onderwijs, omdat veel ouders niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en de kinderen dan hun bijdrage moeten leveren om rond te komen. Het project van CSN blijft dan ook van groot belang voor deze kinderen, zodat zij later na hun opleiding zelfstandig een leven kunnen opbouwen en hun familie en gemeenschap kunnen helpen.

Een onvergetelijke reis van Wiep en Nellie Wiersma